Duitsland – Nederland (2-2, 19-11-2018)

Dus. Na meer dan 600 voetbalwedstrijden te hebben bezocht vanavond dus voor het eerst het Nederlands elftal. Na Marokko – Tunesië in 2007 in Rabat, Jong België – Jong Servië in Arnhem en afgelopen vrijdag Wales – Denemarken in Cardiff m’n vierde interland. Een blogje. Goedbedoeld advies voor iedereen die wel geregeld het Nederlands elftal als supporter ‘steunt’ en gevoelig is voor kritiek. Ga wat anders doen. Lees dit blog vooral niet.

Eerst de aanleiding. Dinsdag 24 juli om 1:30 stuurt een niet nader te noemen persoon het volgende bericht in onze groepsapp: “Is er evt. interesse om de wedstrijd Duitsland-Nederland te bezoeken in het kader van de Nations League?” Geen idee wat er die nacht/ochtend gebeurde maar om 9:24 appte ik terug: Goed plan! Accountje op DFB aangemaakt en 4 kaarten naast het uitvak gekocht. Nog steeds geen idee waarom, maar terug naar het stadion waar ik m’n mooiste herinnering als Ajacied heb en met vrienden een potje voetbal kijken. Wat kan daar nu mis gaan?

Begrijp me niet verkeerd. Ik ben op sportgebied patriottistisch. Sta op de bank voor Nederlandse sporters. Van turners tot judoka’s, van wielrenners tot handboogschutters. En dus ook voor voetballers. De reden dat ik nog nooit naar het Nederlands elftal ben gegaan is het beeld dat ik had van de beleving. Beelden van mensen met een tulp, klomp of molen op hun hoofd in combinatie met het repertoire van de gemiddelde kleuterklas maakten me wat terughoudend. Je komt naar het stadion om je ploeg te steunen. Niet om carnaval te vieren. Ik kan genieten van Kroatische of Ierse supporters die bij 2-0 achter massaal achter hun land gaan staan. Of zoals vrijdag de supporters van Wales die met 27.000 hun volkslied zingen na de 0-2 van Denemarken. Maar goed. Eens kijken hoe de werkelijkheid overeen komt met mijn beeld.

In de maandagavond spits met z’n vieren naar Gelsenkirchen. De reis naar Athene van volgende week en de wederopstanding van het Nederlands elftal zijn dankbare gespreksonderwerpen. Parkeren, half uurtje lopen, patat en een broodje bratwurst. 20:40 naar binnen. Net op tijd voor de volksliederen. Uiteraard meezingen. Meteen een blik naar rechts het oranje gekleurde uitvak in. Drie stoeltjes scheiden me van de plek waar ik heb leren vliegen na de goal van Nick Viergever. Het contrast is groot. De eerste rijden zijn leeg. 80% van de supporters zit en cowboyhoeden, pruiken en wollen klompen voeren de boventoon. Na het Duitse volkslied klinkt vanuit het uitvak, “wat zijn die moffen stil”. Dat. Verstaan. Ze. Niet! Naast het uitvak zit ook aardig wat Oranje. Het “Ga staan als je voor Holland bent”, wordt echter maar door een enkeling opgevolgd. Sterker nog, 70% van het uitvak lijkt zelf wakker te schrikken. Dat was meteen de laatste vocale stuiptrekking in de eerste helft. Twee keer knipperen met de ogen later staat Duitsland op 2-0. De rest van de eerste helft heb ik me afgevraagd of ik op een collectieve rouwverwerkingsbijeenkomst was. Ik ben blij dat de handen van de scheidsrechter niet dezelfde temperatuur hadden dan de mijne. Dan waren we nu nog met de eerste helft bezig geweest.

Over de tweede helft kan ik kort zijn. Tot de 75e minuut gebeurde er he-le-maal niets. Duitsland mist wat kansen en na wat Nederlandse speldenprikken schrikken de Duitsers wakker. De wave wordt ingezet. En het uitvak doet gewoon mee. Als stil protest blijven we met z’n vieren zitten. Een uur lang niet gehoord, 2-0 achter en dan met de fucking wave mee gaan doen. Doe. Normaal. En die wanker gebaren. Niet. Doen.

De Duitse fans hebben na een uur hun stembanden weer terug gevonden. “Auf gehts Deutschland schiess ein Tor” klinkt het massaal. Dat is hetzelfde als tegen een bakker gaan zingen: “Hup nu bakker bak een brood. Bak een brood. Bak een broohoohood”. De reactie van een van m’n metgezellen is een cynisch: “Ohne Deutschland fahren wir zum gruppe A”. Een angstige blik vanonder een zwarte muts met Duitse Hawaï sjaal kijkt achterom. Je ziet de angst. Das sind Holländer. Wij lachen. Dan valt de 1-2. Honderden rondom het uitvak springen op. Ook het uitvak schrikt wakker. “Alles of niets” wordt gescandeerd. Dat doe je bij een gelijke stand. Niet bij een achterstand. Dan heb je namelijk al helemaal niets. Maar goed. Een heus slotoffensief volgt en in de laatste minuut valt de 2-2 binnen.

Op dat moment lijkt het uitvak ineens op een écht uitvak. Even geen ingestudeerde dansjes maar echt juichen. De spelers stormen naar het uitvak toe en vieren hun feestje voor het uitvak. Een heuse Dale wordt massaal gezongen. De Duitsers om ons heen staan massaal op en vertrekken. Enkele tientallen blijven staan en filmen het uitvak. Het eindsignaal klinkt en de zege in poule A is binnen. Van degradatiekandidaat naar poulewinnaar. De spelers komen wat plichtmatig naar het uitvak gelopen. Een uitvak dat feest viert. Als diezelfde energie tijdens de wedstrijd zou worden gestoken in het steunen van het elftal misschien een uitvak om trots op te zijn.

Tot zover mijn eerste en voorlopig laatste Nederlands elftal ervaring. Misschien als ze in Ierland of Schotland spelen. Vanuit een thuisvak genieten van de sfeer en hopen op Oranje succes. Of zou er ooit iets veranderen? Zouden de supporters die wel weten hoe je je team steunt de overhand krijgen? Zou de 20% die er gisteren wel zin in leek te hebben ‘de baas’ worden in het uitvak? Als dat zo is maak ik graag een tweede uitzondering.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: